Wat eten in Lissabon? Van pastel de nata tot bacalhau

Lissabon eet goedkoop, simpel en goed. De keuken draait om vis uit de Atlantische Oceaan, varkensvlees en brood, en om kleine hapjes die je deelt: petiscos, de Portugese tapas. Geen poespas, wel smaak. Wat eten in Lissabon dan precies? Dit zijn de gerechten die je hier moet proeven, met per gerecht hoe je het als local aanpakt. Wil je breder kijken, lees dan ook over eten in Portugal.

Pastel de nata

Beginnen doen we zoet, want hieraan ontkom je toch niet. Een klein bladerdeegtaartje met een vulling van eiercustard, vanboven gekarameliseerd in een hete oven. Knapperig deeg, romige kern. De beroemdste komen uit de wijk Belém, waar een bakkerij het recept al generaties bewaart. Eet hem warm, met een snuf kaneel erover en poedersuiker. Bij een bica, het Lissabonse espressootje, smaakt hij het best.

Bacalhau

Gezouten en gedroogde kabeljauw, de nationale obsessie van Portugal. Ze zeggen dat er voor elke dag van het jaar een recept is. Of dat klopt laat ik in het midden, maar de variatie is enorm. Begin met bacalhau à brás: geplukte kabeljauw met ui, dunne frietjes en losgeklopt ei, alles door elkaar gebakken. Of bacalhau à Gomes de Sá, met aardappel en olijven uit de oven. Vraag op de kaart gewoon naar bacalhau; er staat er bijna altijd wel een.

Bolinhos de bacalhau

De handzame variant van diezelfde kabeljauw. Kroketjes van bacalhau, aardappel en peterselie, goudbruin gefrituurd. In Lissabon heten ze ook wel pastéis de bacalhau. Je krijgt ze als hapje vooraf of als petisco bij een glas wijn. Warm zijn ze het lekkerst, met een kontje koude vinho verde erbij.

Bifana

Het broodje van de werkende Lissabonner. Dunne plakjes varkensvlees, gemarineerd en gestoofd met knoflook en witte wijn, in een simpel broodje. Niets meer. Je koopt het bij een tasca of een snackbar, vaak met een kwak mosterd of pittige saus erop. Goedkoop, snel en precies wat je nodig hebt na een ochtend klimmen door de steile straten.

Prego

Het broddertje van de bifana. Een plak biefstuk met knoflook in een broodje, soms met een gebakken ei erop. Van oudsher eet je een prego ná het hoofdgerecht in een restaurant, als laatste hartige hap. Tegenwoordig net zo goed als snelle lunch. Vis of vlees, in Lissabon hoef je niet duur te eten om goed te eten.

Sardinhas assadas

Gegrilde sardines, vooral een zomerding. In juni barst de stad los met de festas dos santos populares, de volksfeesten rond Santo António. Dan hangt overal de geur van sardines op de grill en eet je ze buiten op straat, op een snee brood. Het seizoen loopt grofweg van de late lente tot het einde van de zomer, als de sardines het vetst en lekkerst zijn.

Caldo verde

Een eenvoudige groene soep van aardappel en fijngesneden boerenkool, met een plakje chouriço (Portugese worst) erin. Comfortfood, vooral als het buiten frist. Je krijgt hem vaak als voorgerecht of laat op de avond na het stappen. Een scheut olijfolie erover en een stuk brood erbij, klaar.

Caracóis

Een verrassing voor de durfal: slakjes. In de zomermaanden zie je overal bordjes met “há caracóis” — er zijn slakken. Klein, gekookt met knoflook en kruiden, en je eet ze met een prikker uit het huisje. Geen zwaar gerecht, meer een hapje bij je bier op een terras. De Lissabonners zijn er dol op.

Ginjinha

Tot slot iets te drinken. Ginjinha is een zoete likeur van morellen (zure kersen), op smaak en kleur dieprood. In de oude binnenstad staan kleine kraampjes waar je hem per glaasje drinkt, staand, soms met een kers in het glas. Com ou sem? Met of zonder kers, dat is de enige vraag die je krijgt. Eén glaasje als opkikker tussen het slenteren door.

Waar je het lekkerst eet

Wil je weten wat je in Lissabon moet eten én waar? Mijd de terrassen op de toeristische pleinen en in de drukste straten van de Baixa; daar betaal je voor de locatie. Zoek een tasca op, een eenvoudig buurtrestaurant, in wijken als Alfama, Mouraria of Graça. Let op het dagmenu, de prato do dia: vers, simpel en een koopje. Een kort menu in het Portugees is bijna altijd een goed teken. En de pastéis de nata? Die haal je niet op het centrale plein, maar bij een echte banketbakker.

Lissabon is bij uitstek een stad voor een paar dagen eten en lopen. Zin om er een culinair weekend weg van te maken? Plan dan losjes: een ontbijt met pastel de nata, een bifana voor de lunch, en ’s avonds petiscos en bacalhau in een tasca. Zo eet je je een weg door de stad.

word gratis lid

Exclusieve kortingen op foodreizen en verblijven. En leuke tips voor restaurants en activiteiten. Lid worden? Meld je aan voor onze update mails.

overnachten wijngaard bordeaux

nog meer blogs